Iedereen heeft agressie in zich. Zowel de werker als de cliënt; zowel de dader als het slachtoffer; zowel de vrouw als de man; zowel de baas als de knecht; zowel de sporter als de scheidrechter en ook de toeschouwer.
Hoe die agressie geuit wordt, verschilt per persoon. Veel mensen weten hun agressie vaak positief in te zetten in sport, hobby, werk, strijd tegen onrecht, grensafbakening.
Maar iedereen kent ook een destructieve kant in zichzelf. Of en hoe die negatieve energie daadwerkelijk in agressief gedrag wordt omgezet hangt van vele factoren af. Oorzaken voor negatief gedrag liggen zowel in de mens (aangeboren en aangeleerd gedrag) als buiten de mens: sociale en maatschappelijke systemen die structureel agressie opwekken.
Sommige mensen hebben alleen negatief gedrag aangeleerd, omdat ze van kinds af aan moesten overleven. Ze ontwikkelen als het ware een provocerende leefstijl.
Anderen zijn niet in staat om hun energie (altijd) positief te sturen. Dit kan voortkomen uit een verstandelijke handicap, uit ziek zijn of het gebruik van ontremmende middelen.
Negatieve agressie is in alle gevallen een signaal. Een uiting van onmacht om op een opbouwende wijze vorm te geven aan het leven.
Destructief gedrag is dus vaak wel verklaarbaar, maar niet normaal, in die zin dat het de norm overschrijdt. Het is wel normaal, in die zin dat overal waar mensen elkaar tegenkomen, negatief gedrag kan voorkomen. Het vraagt veel vaardigheid om de agressie van een ander goed te hanteren. Agressie roept namelijk vaak agressie op.
Het gaat in de training enerzijds om het direct hanteren van allerlei vormen van negatieve agressie, en anderzijds om preventie van dit gedrag. Zie ook preventie